TIPS EN HULPMIDDELEN

TIP 1

Zorg ervoor dat het kind weet dat er geen foute antwoorden kunnen zijn. Zo creëer je een veilige werksfeer waarin het kind niet bang is om fouten te maken.

TIP 2

Maak tijd voor de kinderen, op deze manier zorg je voor een veilige werksfeer.

TIP 3

Laat je kinderen het kindcontact voorbereiden.

TIP 4

Laat de antwoorden uit de kinderen komen, zeg niet voor wat ze zouden moeten zeggen.

TIP 5

Maak gebruik van hulpmiddelen. 

De mogelijke hulpmiddelen vind je hieronder.

 1) Met de kinderconversatie starters kan je het begin van een kindcontact vergemakkelijken door een onderwerp te zoeken waarover het kind graag spreekt. Wanneer het kind dan op zijn/haar gemak is kan je diepgaandere vragen stellen.

2) Met de zes gouden vragen ga je op een doelgerichte en oplossingsgerichte manier op zoek naar wat goed / minder goed gaat in de klas. Je krijgt aan de hand van deze vragen een beter zicht op de situatie van het kind en op het zoeken naar oplossingen.

3) Met de smileys ga je een gesprek aan met de kinderen vanuit hun gevoelens, de kinderen kunnen aan de hand van de smileys verwoorden hoe ze zich voelen in de klas, op de speelplaats, tijdens een bepaald vak, enzovoort …

Je kan de kinderen thuis laten voorbereiden door de smileys te bekijken en hen al te laten nadenken over hun gevoelens op verschillende plaatsen of tijdens verschillende situaties op school.

 

 Je kan hiervoor ook gebruik maken van de emotiemeter.

5) Een andere manier om het kind zijn/ haar talenten te ontdekken is het spelen van het talentenspel. De kinderen zetten de pion op de plaats die bij hen past, Hierop volgt een bespreking. (vb: Waarom plaats jij je pion daar?)

4) De Vitrinekast kan je de kinderen laten maken als voorbereiding op het kindcontact. Het kind denkt na over wat het goed kan en waar het trots op is. In het kindcontact kan je het dan hebben over hoe het kind deze talenten kan gebruiken in de klas/school.

 6) Je kan het gesprek ook laten voorbereiden aan de hand van de vingers, zo kunnen de kinderen al eens nadenken thuis. Je bespreekt de vingers dan ook in het kindcontact, je kan hier dan dieper op doorgaan met het kind.

      ➢  pink = Wat wil je graag leren? Wat wil je kunnen?

      ➢  ringvinger = Wat vind je heel leuk en wil je altijd      
                                   blijven doen?

      ➢  middelvinger = Wat wil je niet meer? Waar wil je van
                                         af?

      ➢  wijsvinger = Wat wil je graag worden? Wat wil je
                                   graag doen?

      ➢  duim = Waar ben je goed in? Wat kun je goed?

7) Je schrijft allerlei vragen op blokken. De kinderen nemen blokjes uit de stapel, ze lezen de vraag en denken hierover na.

8) Geef de kinderen een leeg schilderij van Mondriaan als voorbereiding Laat hen een aantal vakken kiezen om in te kleuren. Je kan in het gesprek dieper ingaan op de kleuren met de kinderen. Kinderen linken vaak hun gevoelens aan kleuren.

9) Het lijnspel of stellingenspel is een goede klassikale voorbereiding op de individuele kindcontacten. Je begint met een aantal makkelijke stellingen waar de kinderen met gemak op kunnen antwoorden. Wanneer de kinderen deze stelling horen en zich hiermee kunnen identificeren gaan ze op de lijn gaan staan. Je bouwt de vragen op van makkelijke naar iets moeilijkere en meer persoonlijk vragen.